Welkom

Welkom op mijn muze-blog naar aanleiding van de opleiding tot muzocoach. Daar ben ik gebeten door het muzovirus. Pas maar op... het is besmettelijk.

Ik ben Els, leerkracht in het lager onderwijs. Neem gerust een kijkje in de spiegel van mijn muzische wereld. Ontdek wat mijn erfgoed is, wat mij inspireert, ontroert, blij maakt, ... Snuister eens rond in mijn 'school met talent'! Hier vind je hoe we in onze school muzisch werken.


maandag 4 februari 2013

LOEMOEM LAMMOEM LAROEM LAKOEM

Thema:  gedichtendag met als thema muziek en poëzie
Muzische talen: muzisch taalgebruik + muziek
Werkvormen: klanken + improvisatie + jabbertalk
Bouwstenen: klanken (intonatie en melodie)
Algemene doelen (5de en 6de leerjaar):
Beschouwen 7.5 Ik ben nieuwsgierig voor diverse vormen van muzikale communicatie.
Creëren
12.3 Ik durf me door middel van klank en geluid uiten.
14.29 Ik kan een klankstuk ontwerpen vanuit een muzikaal gegeven.

Lesverloop:
Beschouwen



Waarover gaat het lied? In welke taal is het lied geschreven? Welk gevoel krijg je bij dit lied?

Creëren
Warming-up
1. Gedachtensprong op woorden.
Start met één woord. De kinderen associëren steeds verder op het laatstgenoemde woord. Bv. stoel-tafel; tafel-eten; eten-honger; honger-buikpijn; buikpijn-ziek; ...
2. Gedachtensprong in fantasietaal.
De kinderen doen dit nu nog een keer, maar dan in een zelf verzonnen taal. Je laat de kinderen natuurlijk wel eerst zien wat je hiermee bedoelt. Geef een voorbeeld waarbij je goed let op de mimiek zodat de kinderen zien wat voor gevoel je hebt tijdens dit verhaal.

beschouwen:
Gedicht: LOEMOEM LAMMOEM LAROEM LAKOEM

lesmateriaal gedichtendag 2013
Lees dit gedicht expressief voor.

loemoem lammoem laroem lakoem
bergamotse pergolas boestroem bastroem bestroem bostroem
arboesti arboesas
oemoem ammoem aroem akoem
postolorum postolas
akroem baroem fakroem faroem
synagobi syncopas
oeloem aloem oesdroem nosdroem
akolasi rabotas oeldroes knoeldroes boeldroes moeldroes
pastellorum crammacas
oemboem hoemboem zoemboem boemboem
castranorum castrafas

Hendrik Nicolaas Werkman Uit: Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is (Querido, 1991)

Laat de kinderen spontaan reageren. Wat hebben ze gehoord? Welke beelden zagen ze erbij? Waarover zou het gedicht kunnen gaan?
Is dit volgens de kinderen nog een gedicht?
Hoewel de meeste klankgedichten nauwelijks inhoudelijke betekenis hebben, kunnen ze wel een bepaalde stemming uitdrukken. Laat enkele kinderen het gedicht boos, verdrietig, blij, ... voorlezen. Welk gevoel past het best? Hoe weet of voel je dat?

creëren:

1. De leerlingen staan tegenover elkaar en zeggen steeds na elkaar iets in jabbertaal. Ze reageren dus op elkaar, terwijl ze eigenlijk niet weten waarover het gaat. Daarom is mimiek hier belangrijk. Je vraagt één (of allemaal) van de groepjes of ze willen laten zien waar hun gesprek over ging.



2. Zingen in jabbertaal. Verdeel de klas in groepjes van drie of vier. Ieder groepje zoekt een plekje om de volgende opdracht uit te voeren:
- Zoek een bekend liedje.
- Vervang de tekst door jabbertaal.
- Oefen je liedje in.
Daarna worden alle liedjes voor de klas gezongen en wordt er door de rest van de klas geraden om welk liedje het ging. Er wordt natuurlijk pas wat gezegd wanneer het groepje helemaal klaar is met zingen.

Slot:
Je vertelt een verhaal in jabbertaal en steeds speelt één van de kinderen de tolk. Steeds als jij wat hebt verteld, vertaalt de tolk wat er is gezegd. Ieder kind komt aan bod. Zo komt er een grappig verhaal tot stand.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen